Van Mae Hong Son terug naar Bangkok

Vanmorgen (zo 24/9) zijn we al om 5:15 opgestaan. Om 6 uur stond, zoals afgesproken, het mannetje van het reisbureautje klaar om met ons naar de “longnecks” te gaan. Het was een autoritje van 45 minuten. Je kon met de auto helemaal tot aan het dorp komen. We hebben een rondje gelopen door het dorp. Er wonen “longnecks”, “big-ears”, en “longears”.

De ringen (3 stuks)Eerst kwamen we langs de “longnecks”. Dit is een stam waarvan de vrouwen allemaal ringen om hun nek dragen. Het geheel bestaat uit 3 stukken, een geheel van ringen om hun nek, daarna zware ringen die op hun schouder duwen en de laatste is een ring die de andere twee bij elkaar houdt. Het is een fabeltje dat de nek van deze vrouwen langer wordt, het zijn juist de schouders die omlaag geduwd worden. Hierdoor lijkt de nek langer. We hebben de ringen in onze handen gehad en ze zijn echt ongelooflijk zwaar. Ze hebben ook ooit röntgenfoto’s gemaakt van hun nek en daar zie je ook heel goed op dat de schouders echt abnormaal laag hangen. Het is ook een fabeltje dat als de ringen af gaan, deze vrouwen hun nek niet omhoog kunnen houden en dat de nek snel breekt. Ze kunnen de ringen gerust af doen, alleen lopen ze in het begin instabiel. Maar dat komt wel weer goed. LongnecksIn principe hebben de vrouwen de ringen altijd om, ook tijdens douchen en slapen. De meeste kleine meisjes van de stam beginnen bijna meteen met ringen. Eerst hele kleine en dunne, langzamerhand worden ze steeds groter en zwaarder. Sommige kinderen willen echt geen ringen en ook dat wordt geaccepteerd binnen de stam. Deze mensen geloven dat de ringen hen mooi maakt: hoe meer ringen, hoe mooier. We hebben veel vrouwen en kinderen gezien, allemaal met een andere hoeveelheid ringen. De meeste volwassen vrouwen dragen ongeveer 6 kg aan ringen om hun nek.

De volgende mevrouw die we tegen kwamen, behoorde tot de “long-ears”. Er was in dat dorp maar 1 familie en daar hebben we alleen deze mevrouw van gezien. Ze had een flink gat in haar oren en daar hing een heel gewicht aan oorbellen aan. Weer zijn het alleen de vrouwen die de oorbellen dragen. Het zag er echt raar uit!

Toen kwamen we bij de laatste, wat grotere groep: de “big-ears’. Deze vrouwen (ja, weer alleen de vrouwen) droegen een hele grote open oorbel in hun oren. De oorlel is helemaal uitgelubberd en er zit echt een enorm gat in. Ze beginnen hier al mee bij de baby’s. Ze krijgen steeds een grotere oorbel.

Big-earOnze gids was leuk en wist ons veel over de mensen te vertellen. Hij vertelde dat deze mensen echt geloven in de schoonheid van de ringen of oorbellen. Hoe meer of hoe groter, hoe mooier de vrouw is. Deze stam is inmiddels wel heel toeristisch geworden en dat merk je goed. Ze vragen entree en je merkt dat de mensen echt gewend zijn aan vreemden in hun dorp. Toch leven in Birma ook nog veel van deze stammen die ook geloven in de traditie en achtergrond van de “longnecks” en die krijgen helemaal geen toeristen in hun dorp. Dus ja, de mensen leven wel van het toerisme, maar ze doen het niet allemaal om die reden.

Om kwart voor negen waren we terug in het hotel. We hebben daar ontbeten en om half 10 zijn we door hun naar het vliegveld in Mae Hong Son gebracht. Het was een heel klein vliegveld waar alleen vluchten vertrokken naar Chang Mai. Wij hebben gekozen voor een vliegtuig, omdat het anders een busreis door de bergen zou worden van 8 uur…..dat zou Cindy waarschijnlijk niet helemaal redden. Bovendien hebben we maar 30 euro betaald voor de twee tickets.

Het vliegtuigWe vlogen met een propellervliegtuig van NOK air in 40 minuten terug naar Chang Mai. NOK air is Thais en is een prima goedkope maatschappij. Op het vliegveld in Chang Mai hebben we een paar uurtjes moeten wachten voor onze volgende vlucht naar Bangkok vertrok. Weer met NOK air, dit keer een iets groter toestel. In iets meer dan een uur stonden we weer in Bangkok.

Nog even China Town in BangkokMet de taxi zijn we naar het Hualampong treinstation gebracht. Hier hebben we een treinkaartje geboekt richting Chumpon. Want daar vertrok een boot naar Koh Tao. Het was een trein die om 11 uur vertrok, dus we hadden nog een paar uur te wachten (het was 7 uur). We hebben onze tassen op het station achtergelaten bij een soort bewaakte stalling. We hebben in China Town wat gegeten en rond gelopen. Uiteindelijk hebben we nog wat gedronken op de 26ste verdieping van het Grand China Princess hotel. Daar was het grote restaurant met het prachtige uitzicht over de stad. Je draaide heel langzaam rond, dus je kon de hele stad zien. Hier hebben we een hele tijd gezeten tot de tijd om was. Toen zijn we terug gelopen naar Hualampong.

Om 11 uur zaten we in de trein. Deze keer geen slaaptrein, maar gewoon zitten en dit tot kwart voor 6 de volgende morgen. We kregen wel allemaal wat water en een dekentje. We hebben toch maar wat proberen te slapen.

Comments are closed.